Vliehorsexpres

Column van Jeroen Kleijn

Ja, ik weet het. Je gaat op vakantie voor je rust of zo. Om bij te komen van het hectische leven van alledag. Dat was bij ons ook meestal wel het geval. Maar dit keer moesten we wel aan de bak. We gingen naar een van de Nederlandse eilanden, Vlieland. En misschien weet u het. Vlieland is voor toeristen verboden met de auto. Als toerist daar ben je dus op de benenwagen of de fiets aangewezen. Voor de mindervalide mensen is er de bus of een taxi. Twee weken geleden op een zaterdag weg. Bij Harlingen op de pont. Onze auto bleef achter op de 'lang parkeren' plaats. Sjouwen met tassen dus.

Aangekomen op Vlieland gingen we op zoek naar ons gehuurde huisje. Dat bleek tegenover de terminal in de haven te staan. Wat een drukte zeg als zon boot dan uitlaadt en meteen daarna weer inlaadt. Eerst dacht ik dat het wel druk zou zijn, zo dicht op de haven. Maar dat viel reuze mee. Al die mensen verspreiden zich over het eiland en na een half uur, drie kwartier is het weer rustig. Is de fietsverhuur die naast ons huisje zat weer los en kun je bijna op straat gaan liggen zonnen. Gelukkig is dat niet nodig, op straat, want Vlieland is een groot strand. Aan de kust dan, de Noordzee kant. Daar zijn we ook twee keer geweest. En een derde keer. We gingen toen op donderdag naar de Vliehors.

De Vliehors is het grootste stuk aaneen gesloten stuk zand van noord west Europa. Drie bij zeven km. Bij ruw weer kan het helemaal onder water komen te staan. Tot bijna een meter. Het was acht kilometer fietsen. Naar het opstappunt. Het opstappunt voor de Vliehorsexpres. Het is een grote vrachtwagen. Volgens mij een oude legertruck met een soort overkapping achterop gebouwd. Het is net zon overkapping als je altijd op rondvaartboten ziet. Twee uur vertrokken we. Ik was blij dat ik effe zat. Maar dat duurde niet lang. De bank stond met de rug naar het raam. Dus draai je je om op je knietjes of je gaat staan. Maar eerst over een hoge duin. Daarna het strand op. Naar de uiterste punt van het eiland. Onderweg kwamen we veel vogels tegen. Hele groepen vlogen de lucht in toen we langs kwamen. De man die mee ging als verteller en muzikant vertelde dat de Vliehors vanaf eind september weer militair gebied is. Nou dat snap ik niet. Zo mooi. Maar goed. Het is alleen maar zand, dat wel.

Op de punt gekomen, stopten we. We mochten eruit. Maar ik bleef binnen. Het dak was open en als ik op de bankleuning ging staan had ik veel beter zicht op de zeehondjes die verderop op een zandplaat lagen. Het waren er niet veel. Dat zal ook wel door die ziekte komen. Gemiddeld kost dat zon twintig a vijfentwintig zeehondjes per week. We zijn zelf ook twee dooien tegengekomen. Zo jammer. Als je ze dan ziet zwemmen en daar in het zand ziet rollen. Eentje was zo aardig om uit nieuwsgierigheid even wat dichterbij langs te komen zwemmen. Zo kon ik tenminste ook wat zien. Niet dat het veel is. Alleen een hoofdje boven het water uit. Maar gewoon het idee alleen al. Dat daar verderop zeehondjes liggen en zwemmen in het wild. Helemaal van niemand. Jagend op vis en zwemmend door een sterke stroming van zon acht km per uur. Dat is vooral tussen de eilanden. Daar is de opening heel klein dus de stroming des te harder.

Vanaf de punt konden we ook de vuurtoren van Texel zien. Heel raar. Je zou er zo naar toe kunnen zwemmen als die verrekte stroming er niet had gestaan. Tijd om verder te gaan. Naar het juttershuisje. Midden op de Vliehors staat een klein hutje op hoge palen. Dat was vroeger een huisje waar je in kon klimmen als drenkeling. Van daar uit werd je dan weer opgehaald. Nu was het een juttersverzameling. Wat een troep zeg. Na het juttershuisje jammergenoeg weer terug. Weer langs de zee. Net als we heen waren gekomen. De rest is van de landmacht enzo. Het was echt heel leuk. Nog wat gedronken bij het Posthuis. Daar was de opstap. En toen weer, wind mee, terug naar huis. s Avonds lekker uit eten om er helemaal een geslaagde dag van te maken.

De rest van de week was ook wandelen en fietsen geblazen. Ik heb daar ook meteen weer een record longfunctie geblazen. Zoveel training voor dat lichaam van mij. Vroeger had ik dit nooooooit gered. Maar ik kan het u aanraden. Het hele eiland straalt rust uit. Ook voor kinderen is er genoeg te doen. Camping, hotel of huisje huren. Het kan allemaal. En met bagage hoeft u niet te slepen. Dat wordt gedaan. Door paard en wagen. Voor ons was dat niet nodig, zo dicht bij de haven, maar er zijn ook campings aan de andere kant van het eiland. Groetjes Jeroen jeroen. kleijn@kabelfoon.nl

Terug naar overzicht Jeroen Kleijn

 

Kiikje in longen?