4500 Kilometers Nieuw Zeeland

Vakantiebelevenis van Jeroen Kleijn

Dag allemaal! Ik ben weer terug van weggeweest. En hoe zeg. Wat een land dat Nieuw Zeeland. Ik zal even een paar leuke feiten op een rijtje zetten: 1 vakantie, 3 mensen, 14 campings, 20 dagen, (een boer met) 250 koeien, 425 Hectare aan land en ook nog 6000 schapen er op. In totaal wonen er in Nieuw Zeeland 4 miljoen mensen, 40 miljoen schapen en nog eens 60 miljoen Possums. Een Possum kun je een beetje vergelijken met een uit de kluiten gewassen eekhoorn. Alleen een Possum gaat door voor een Klein beertje. Hij is ietsje groter dan een huiskat, kan ook rare sprongen maken en gemeen bijten als hij in het nauw gedreven wordt.

Ik weet inmiddels dat Nieuw Zeeland ook hier in het nieuws was door de overstromingen op het noorder eiland. Daar ben ik niet geweest, ik was op het zuider eiland. No worry’s dus. Dat “no worry’s “ wordt heel veel gebruikt in Australië en Nieuw Zeeland. ”Geen zorgen, het is al goed,” willen ze daarmee zeggen. Het vliegen is een heel eind daar naar toe. Je bent ongeveer 28 à 30 uur onderweg. Ik was dus gesloopt toen ik daar aan kwam. Ik had net als met de reis naar Budapest begeleiding aangevraagd en dat werkt heel goed. Overal stonden ze voor me klaar en werd ik geholpen als dat nodig was. Dat was het zakelijke deel zou ik bijna zeggen.

Dan nu alvast een stukje van de reis. Eigenlijk weet ik niet zo goed waar ik moet beginnen want ik heb zoveel gezien in die drie weken rondreizen. Bij het begin maar dan. Ik kwam doodmoe aan op het vliegveld van Christchurch, de hoofdstad van Nieuw Zeeland. Ze stonden me met zijn drietjes (mijn nicht Debby en haar vriend Bas en Els) op te wachten met een slinger en een “lang zal hij leven”. Ik was op dat moment twee jaar geleden getransplanteerd. Van het vliegveld af zijn we direct door gereden naar het super huis van Els en Hans die nu al acht jaar in Nieuw Zeeland wonen. Heel mooi en groot. Zwembad in de tuin, Debby en Bas hebben nog heerlijk even getennist met Hans en de jongste zoon Arco. De eerste nacht op een echt matras doorgebracht bij Els en Hans thuis (later sliepen we veel in de tent dus matrassen waren een ware luxe). Ik had niet het gevoel dat ik aan de andere kant van de wereld zat. Je komt bij mensen thuis die je al kent, spreekt westlands met elkaar en gaat dan ook nog eens chinees zitten eten… De volgende dag begon het echte werk. Met de auto trokken we het weidse Nieuw Zeeland in. Bas reed, Debby las de kaart en de boekjes en ik zorgde achterin dat het netjes bleef en dat de mensen voorin de auto aan hun trekken kwamen wat drank, eten en muziek betreft. We hadden dat niet van te voren besproken, hoe we die indeling zouden maken. Wie doet wat en wanneer. Het ging van zelf en we konden ons met zijn drietjes aardig in de verdeling vinden. Op weg dus en hoe. We zijn echt het hele eiland overgereden om maar alles te kunnen zien. Het land biedt zoveel verschillende natuur! Bergen geheel begroeid met gras, dan weer met bomen, sneeuw lag er op sommige toppen nog en heel veel rotsen. Palmboom stond naast dennenboom en meren waren gevoed door gletsjers en watervalletjes.

Met mijn nicht Debby en haar vriend Bas heb ik in drie weken het hele zuider eiland van Nieuw Zeeland door gereden. The Milford Sound was erg mooi. Een Sound is eigenlijk hetzelfde als een fjord, alleen is het vroeger ietsje anders gevormd door de natuur. Hoe weet ik niet meer. We hebben daar de boot genomen die ons rond vaarde op het water. U moet zich voorstellen dat u op een meer vaart, zout water overigens want het stond direct in verbinding met de Tasmaanse zee, en rond dat meer allemaal steile hellingen die omhoog gaan, soms van wel 1600 meter hoog! De bergen waren erg groen en met de zon erop gaf dat een heel mooi gezicht, zo alles bij elkaar. Langs een kant lagen wat zeehondjes op de rotsen te rusten. Pinguïns hebben we daar niet gezien want die waren al de zee op om te vissen. Dat was elke keer als we ergens pinguïns konden zien. Waren we te laat omdat die beesten heel vroeg naar zee vertrekken om te vissen en pas ‘s avonds laat weer terug zijn.

We hebben ook ontzettend veel gewandeld wat een goede manier is om de natuur te verkennen. Bossen zo groen als gras. Letterlijk alles was groen. Bomen bedekt met lianen en heel veel mos. Paden zijn bedekt met mos en bomen die om zijn gevallen zorgden weer voor ruimte in het bladerdak. Zonlicht komt dan beter naar beneden en kleine plantjes zoals varens groeiden heel goed op die plekken. Ook de pongo’s waren erg gaaf om te zien. Vooral in de oerbossen waren die veel aanwezig. Pongo’s zijn ook een soort varens maar dan op stam en een stukje groter. Soms wel anderhalf a twee meter hoog. Een keer werden Debby en ik verrast door Bas. We stonden ergens op een camping en Debby en ik dachten dat Bas een boottochtje had geregeld. Later bleek dat we drie uur gingen wandelen! Eerst heel lang omhoog. Dat sloopte ons alle drie. Maar boven gekomen hadden we een geweldig uitzicht wat de afmatting omhoog weer helemaal goed maakte. Heerlijk even gezeten en zelfs een Little Robin (vergelijkbaar met een roodborstje) kwam op onze schoenen zitten. Erg leuk en nieuwsgierig vogeltje. Daarna weer terug natuurlijk, ongeveer twee uur, dus u begrijpt dat ik die nacht heb geslapen als een roos.

We zijn in Queenstown geweest. Die stad is heel bekend in Nieuw Zeeland om zijn bungyjumpen en raften en skydiven. Dat hebben we allemaal niet gedaan. Veel te duur allemaal. En eerlijk gezegd zou ik dat ook nooit durven doen en Debby en Bas dachten er hetzelfde over. Een stad is een stad. Queenstown was ook een stad met veel toerisme en jongeren en daar hadden we geen zin in. We zijn daar niet lang gebleven maar in de omgeving was wel heel veel te zien. Zo zijn we die middag naar een oud mijnwerkers dorpje gereden dat erg hoog en diep in de bergen lag. De weg bestond uit een klein grindweggetje dat zich langs de berg omhoog slingerde. We reden echt door een vallei heen waar een rivier ver beneden ons zijn weg vond. Heel ver beneden ons en het was ook erg steil aan de verkeerde kant van de auto, vonden Debby en ik. Uiteindelijk, na wat koeien op de weg ontweken te hebben, kwamen we op een plateau in de bergen waar nog een oud schooltje stond. In dat schooltje hing de historie van de bewoners die daar jaar in jaar uit naar goud hebben gezocht. Een leuk detail: vroeger deden ze er met paard en wagen twee dagen over om van Queenstown naar boven te komen. Wij in een kleine twee uur. Het uitzicht was wederom schitterend en Bas zorgde voor een lekker toetje na onze bekertjes met Noedelsoep. Hij had heerlijke frambozen gevonden en een bakje vol geplukt.

Een paar dagen later liepen we zelfs op een gletsjer. Eerst een lange wandeling door het jonge regenwoud er naast om uiteindelijk op het ijs te eindigen. 100 meter dik ijs! En het ijs heeft dan zo’n mooie lichtblauwe kleur. Was heel gaaf om te doen. En zoals onze gids ook zei: ”Maar weinig mensen met twee nieuwe longen hebben dit gedaan.” U ziet, wij hebben ons met zijn drietjes aardig vermaakt daar in Nieuw Zeeland en het is zeer aan te raden om daar zelf eens een kijkje te gaan nemen. Ja, het is een rot eind vliegen maar dan heb je ook wat. Erg mooi en zo verschillend.

Groetjes

Jeroen

Terug naar overzicht Jeroen Kleijn

 

Kiikje in longen?